Winstkansen voor Remco Evenepoel en nog vier zaken die u moet weten over parcours van de Giro 2023

©  BELGA

De Giro d’Italia 2023 lacht Remco Evenepoel toe. Dat leerde de voorstelling in Milaan. De opvolger van Jai Hindley wordt géén klimmer pur sang, maar eerder een ronderenner die dicht bij het profiel van Vueltawinnaar Remco Evenepoel aanleunt. Hij moet goed tegen de klok kunnen rijden én mag geen moeite hebben met een zware beklimming.

Hugo Coorevits

1. Drie tijdritten, goed voor 70,6 km

De volgende editie van de Giro is heel traditioneel van opbouw. Natuurlijk probeert organisator RCS Remco Evenepoel te lokken met drie tijdritten, maar anderzijds is het pas van 2020 geleden dat er nog eens drie individuele chrono’s in het rittenschema waren opgenomen. Toen waren die wel wat korter. Met al die tijdritkilometers speelt de organisatie ook in de kaart van Filippo Ganna. De werelduurrecordhouder beslist pas in december – zoals alle andere wereldtoppers – over zijn deelname. Alleen Pogacar heeft al laten weten dat hij een dubbel Giro-Tour nog niet ziet zitten.

Zijn zowel Ganna als Evenepoel op de afspraak, dan kondigt er zich meteen een leuk duel aan voor de eerste roze trui. De openingstijdrit eindigt op een nieuw fietspad, dat de laatste 1.300 meter gemiddeld vijf procent stijgt en dat speelt in het voordeel van Evenepoel.

De tweede tijdrit, van 33,6 kilometer, is dan weer biljartvlak. En op de voorlaatste dag krijgen de renners nog een klimtijdrit van Tarvisio naar Monte Lussari, waarbij het de laatste 7,2 kilometer gemiddeld 12 procent omhoog gaat. Als toetje volgt een strookje van 22 procent. Het is een van de vele nooit eerder aangedane finishplaatsen in deze Giro.

2. Zeven keer boven de 2.000 meter

Eddy Merckx zei het al: “De bergen in Italië zijn een pak lastiger dan in de Tour.” Het Giro-peloton krijgt alvast zeven kanjers van de boven de 2.000 meter op het menu. Met de Gran Sasso d’Italia (2.135 meter) komt de eerste zware klim al op dag zeven. Daarna is het wachten tot de dertiende rit waarin we met de Col du Grand Saint-Bernard (2.469 meter) en de Croix de Coeur (2.174 meter) richting Crans Montana onderweg twee keer boven de 2.000 meter gaan. Daags nadien is de Simplonpas (2.004 meter) het enige groot obstakel van de dag.

De koninginnenrit op de laatste vrijdag is bijzonder copieus: eerst een voorgerechtje dat onder de 2.000 metergrens blijft en dan achtereenvolgens de Valparola (2.196 meter), de Giau (2.233 meter) en de Tre Cime di Lavaredo (2.405 meter). Een mythische col die tien jaar geleden voor het laatst werd beklommen en die in 1968 al in de geschiedenis van de Giro werd opgenomen toen Eddy Merckx er de basis legde voor zijn eerste van vijf eindzeges.

Eddy Merckx heeft goede herinneringen aan de Tre Cime di Lavaredo. ©  BELGAIMAGE

3. Zeven aankomsten bergop

Niet minder dan zeven keer eindigt de Giro 2023 op een bergtop. Het begint al op de eerste dinsdag met de Colle Mollela in Lago Lacena. De Gran Sasso d’Italia, Crans Montana, Monte Bondone, Val di Zoldo, Tre Cime di Lavaredo en Monte Lussari zijn de andere finishplaatsen waar het tot de streep klimmen is.

We onthouden vooral dat de slotweek in de Dolomieten moordend zwaar is. Na de laatste rustdag is er meteen Monte Bondone, een etappe met 5.200 hoogtemeters. Dat is al lastiger dan Crans Montana van de eerste Girohelft, maar nog niets in vergelijking met de koninginnenrit naar de Tre Cime di Lavaredo: over vijf bergtoppen naar 5.400 hoogtemeters in 182 kilometer. Wie daarna nog wat over heeft, kan daags nadien uitpakken in de klimtijdrit. Doseren en nog eens doseren wordt de opdracht van wereldkampioen Remco Evenepoel.

4. Maximaal zestal sprinten

De sprinters krijgen in deze Giro hoogstens een zestal kansen. Dat is op de eerste zondag naar San Salvo, eventueel in de tiende etappe naar Viareggio, in de elfde rit naar Tortona, op de veertiende koersdag naar Cassano Magnago, in de zeventiende etappe naar Caorle en uiteindelijk in het slotcriterium in Rome, waar de Giro voor het eerst in vijf jaar finisht. Wie als sprinter ook nog naar de Tour wil, scoort best heel vroeg.

5. Uitstapje naar Zwitserland

De 106de editie is een pittige editie. Op een uitstapje naar Crans Montana in Zwitserland na, blijft alles binnen De Laars. Omdat de start in de Abruzzen is en de finish in Rome zijn er dit jaar maar twee rustdagen: na de tweede tijdrit en daags voor de belangrijke bergetappe naar Monte Bondone. Een ander opvallend gegeven is dat er maar liefst zes etappes boven de 200 kilometer gaan en dat er tussendoor heel wat transfers op de agenda staan. De opvolger van Jai Hindley is bekend na 3.448,6 kilometer en 51.300 hoogtemeters.

Aangeboden door onze partners
Aangeboden door onze partners

Beste van Plus

Lees meer