Onze man over het parcours van de Tour de France 2023: geen uitnodiging voor Remco Evenepoel, kans op tweede groen voor Wout van Aert en véél klauterwerk

Alles is voorhanden om volgende zomer een nieuw duel te krijgen tussen Tourwinnaar Jonas Vingegaard (25) en tweevoudig ex-winnaar Tadej Pogacar (24), terwijl Wout van Aert (28) een uitgelezen kans krijgt op een tweede groene trui. Wie de Tour 2023 wil winnen, moet er van de eerste tot de laatste dag staan. De tijdrijders – genre Remco Evenepoel (22) – zijn er dan weer aan voor de moeite. Vijf verschillen met de Tour van vorig jaar.

Hugo Coorevits in Parijs

Op dag vijf de Pyreneeën in

De tijd dat renners onder Tourbaas Jean-Marie Leblanc een week kregen om in te rijden, is hopeloos voorbij. Met Le Grand Départ in Bilbao krijgen we meteen al twee ‘nerveuze’ etappes, die zo geplukt kunnen zijn uit de Ronde van het Baskenland. Het wordt dus geen tweedaagse sightseeing zoals in Denemarken. Daarbovenop loeren de Pyreneeën al snel om de hoek, want al op dag vijf trekt de Tour de bergen in.

De doortocht in de Pyreneeën duurt slechts twee dagen. De etappe van Pau naar Laruns is met de Col de Soudet en de Marie-Blanque een opwarmertje in vergelijking met die van Tarbes naar Cauterets, wanneer het peloton over de Aspin en de Tourmalet trekt, om bergop te finishen dicht tegen de grens met Spanje. Als het spel al op de Tourmalet begint, kan deze Tour uitgroeien tot een nieuw meeslepend verhaal van drie weken lang.

Alle vijf de Franse bergketens

De Pyreneeën, het Centraal Massief, de Jura, de Alpen en de Vogezen: dat zijn de vijf bergketens die Frankrijk rijk is en die de Tour in deze volgorde ook alle vijf aandoet. Met de beklimming van de Puy-de-Dôme – terug van weggeweest na 35 (!) jaar – krijgen we op de tweede Tourzondag (9 juli) mogelijk een moment van hoogspanning. Parcoursbouwers Christian Prudhomme en Thierry Gouvenou kozen ook telkens voor iconische cols, zoals de Tourmalet (Pyreneeën), de Puy-de-Dôme (Centraal Massief), Le Grand Colombier (Jura), de Col de la Loze (Alpen) en Ballon d’Alsace (Vogezen). Le Grand Colombier is de berg die in 2020 Egan Bernals zwanenzang inluidde en waar Pogacar won na een sprint met Roglic. De Col de la Loze was in datzelfde jaar een nieuwkomer. Het zijn twee ‘moderne’ cols, die door de huidige directie in de Tourgeschiedenis belandden.

©  ISOPIX

Eén chrono, en dan nog een klimtijdrit van 22 km

Het is alsof de parcoursbouwers van deze Tour de tijdrijders vergeten zijn. Afgelopen zomer begon het nog met een – verrassend door Yves Lampaert gewonnen – tijdrit in de regen door de straten van Kopenhagen, om af te sluiten met moeilijke chrono naar Rocamadour, die Wout van Aert won. Alles samen goed voor 53,9 kilometer tegen de klok. Nu wordt dat aantal meer dan gehalveerd. Slechts 22 kilometer, en dan nog in de vorm van een klimtijdrit van Passy naar Combloux, die onder meer over de steile Côte de Domancy trekt. De enige ‘echte’ chrono volgt na de tweede rustdag, hoog in de Alpen. Om maar te zeggen: het aantal tijdritkilometers wordt beperkt tot het absolute minimum voor de hardrijders, die bovendien nog eens verdomd goed bergop moeten kunnen rijden.

In de wetenschap dat de Giro volgend jaar 70,6 tijdritkilometers – waaronder een afsluitende klimtijdrit – telt, hoeft wereldkampioen Remco Evenepoel deze Tour dus niet op zijn bord te nemen.

Acht kansen op een sprint

Bij de Tour zelf hebben ze het over “acht vlakke ritten, die op een massasprint kunnen uitdraaien”, maar ons lijkt dat bijzonder ruim gerekend. Bayonne (rit 3), het autocircuit van Nogaro (rit 4), Bordeaux (rit 7), Moulins (rit 11), Bourg-en-Bresse (rit 18), Poligny (rit 19) en de Champs-Elysées (rit 21) maken een grote kans. Dat kan in Limoges (rit 8, de langste etappe), Issoire (rit 10), of Belleville-en-Beaujolais (rit 12) ook het geval zijn, voor alleskunners zoals Wout van Aert en Michael Matthews, maar als er om de zege gesprint wordt, zullen het alleen de betere klimmers zijn onder de snelle mannen die daar nog meespelen.

Vorig jaar waren er op papier ongeveer evenveel kansen, maar dat was bijvoorbeeld buiten de solo van Wout van Aert in Calais gerekend . Uiteindelijk kregen we in juli maar vijf loepzuivere massaspurten.

Eén zaak is duidelijk: indien Wout van Aert van groen opnieuw zijn doel heeft gemaakt, dan zullen ze van ver moeten komen om de Herentalsenaar van Jumbo-Visma te bedreigen.

Maar liefst dertig cols

Is deze Tour over de drie weken nog zwaarder dan de fantastische editie van juli? Da’s een heel moeilijke vraag. Als je afgaat op het aantal cols van eerste, tweede en buiten categorie? Ja. In 2023 wachten er maar liefst dertig, terwijl er afgelopen zomer maar 23 waren. Anderzijds zijn er met de Cauterets, Puy-de-Dôme, Le Grand Colombier en Saint-Gervais Mont Blanc maar vier aankomsten bergop, terwijl dat er dit jaar nog zeven waren.

Net als in 2019 eindigt de Tour met een bergrit, dit keer in de Vogezen. Toen werden de laatste twee bergetappes (Tignes, Val Thorens) nog onthoofd door het rotweer. De organisator hoopt dus dat er de laatste zaterdag van juli in de venijnige Vogezen-cols nog spankracht om de eindzege is.

©  BELGA

In tegenstelling tot de Giro (ongeveer 51.300 hoogtemeters) maakte de Tour niet meteen bekend hoeveel hoogtemeters de hele ronde exact telt. Alleen weten we dat er in de koninginnenrit van Saint-Gervais Mont Blanc naar Courchevel-Altiport meer dan 5.000 wachten.

Vooraleer Remco Evenepoel op huwelijksreis vertrok, had hij al beslist welke grote ronde hij volgend jaar rijdt. Benieuwd of de knipoog met de Jaizkibel (de tweede dag) richting San Sebastián voldoende is om de wereldkampioen te verleiden om deze Tour aan te snijden. De Giro is nu eenmaal iets uitdagender: meer tijdritkilometers, minder drukte en nervositeit en een tegenstand die toch van een ander kaliber is.

Aangeboden door onze partners

HOOFDPUNTEN

Aangeboden door onze partners

Beste van Plus

Lees meer