Grondwettelijk Hof slaat en zalft in Belgische aanpak coronapandemie

De wet uit 2007 waarop minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden (CD&V) zich bij de start van de coronapandemie heeft gebaseerd om ingrijpende maatregelen te nemen tegen de verspreiding van het coronavirus, heeft de toets bij het Grondwettelijk Hof grotendeels doorstaan. Maar dat rechters bij overtredingen op die wet geen rekening kunnen houden met verzachtende omstandigheden, is volgens het Hof wel in strijd met de grondwet.

Rutger LuitenBron: BELGA

Even terug naar maart 2020. Om de COVID-19-pandemie in te dijken, kondigt de Nationale Veiligheidsraad drastische maatregelen aan zoals een samenscholingsverbod en een verbod op niet-essentiële verplaatsingen. 

Minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden giet die maatregelen in ministeriële besluiten. Die besluiten zijn gebaseerd op de wet van 15 mei 2007 over de civiele veiligheid. Die wet bepaalt dat er “in geval van dreigende omstandigheden” maatregelen kunnen genomen worden om “het volk te beschermen”. 

Maar over die juridische basis komt er al snel discussie, onder meer omdat de bestaande wetgeving uit 2007 eerder gericht was op rampen zoals grote ontploffingen en branden en niet echt op maat was geschreven voor een pandemie. Dat is ook een van de redenen waarom er nadien de veelbesproken pandemiewet is gekomen.

Botsing met grondwet

De politierechtbank van Henegouwen, afdeling Charleroi, moest oordelen over een aantal overtredingen tegen de bewuste coronabesluiten. Maar de rechtbank wilde eerst een aantal vragen voorleggen aan het Grondwettelijk Hof. Bijvoorbeeld: zijn de termen “dreigende omstandigheden” en “bescherming van de bevolking” niet te vaag? Het Hof vindt van niet. Die termen geven de minister net de mogelijkheid om “gepaste maatregelen te nemen in veel dringend omstandigheden ter vrijwaring van de civiele veiligheid”. 

Het Hof ziet in de bewuste wet van 2007 wél op een ander vlak een botsing met de grondwet. Dat rechters bij overtredingen geen rekening mogen houden met verzachtende omstandigheden - terwijl dat bij andere misdrijven wél kan - is in strijd de beginselen rond gelijkheid en niet-discriminatie in de Grondwet. Rechters moeten met andere woorden ook bij die overtredingen rekening kunnen houden met verzachtende omstandigheden.

Aangeboden door onze partners

Hoofdpunten

Meer over Coronavirus

Video

Keuze van de redactie