Blijkt de piste voor Lotte Kopecky dé ideale therapie na haar mindere Tour? “Ik kan eindelijk mijn wereldkampioenentrui tonen”

Stoom afblazen op de piste. Dat wil Lotte Kopecky (26) vanaf zaterdag drie dagen lang doen op het EK in München. De wegrit rijdt ze niet, daarvoor zit ze met nog te veel twijfels na een tegenvallend tweeluik Giro-Tour. Maar op de piste hoopt ze toch mee te doen voor de medailles. “Ik kan eindelijk mijn wereldkampioenentrui tonen. Die kans laat ik niet liggen.”

Werner Bourlez in München

Lotte Kopecky kan opnieuw een beetje lachen. Tijdens de Tour was die glimlach verdwenen en het vertrouwen wat zoek. Voor twee derde plaatsen was ze niet naar Frankrijk afgezakt. “Veel rensters in het peloton zouden vooraf tekenen voor zo’n resultaat, maar ik niet”, vertelt ze op een terrasje in het H4 Hotel in de Messe München, waar de pistiers op een boogscheut van de wielerbaan verblijven. “Ik kàn daar ook tevreden mee zijn, als ik weet dat er niks meer in zat. Maar nu voelde ik mij zo slecht. Als ik honderd procent was zou ik er veel meer hebben uitgehaald. Ik had van de Tour een groot doel gemaakt en als er dan niet uitkomt waarvoor je zo hard hebt gewerkt, is dat enorm frustrerend.”

Heb je al ontdekt wat de reden is van die iets mindere vorm?

“We hebben gekeken naar wat ik gedaan heb voor Giro en Tour maar daar kunnen we nog niks uithalen. Het blijft een vraagteken. Ik heb na de Tour veel gerust, een beetje gefietst maar niet echt getraind. Alleen zondag en maandag heb ik wat spanning op de benen gezet. Ik ben nochtans niet moe uit de Giro en Tour gekomen. Dat is het probleem niet. Misschien hadden de benen wat frisse lucht nodig en rendeert die goede week rust nu in München. Natuurlijk wil ik medailles pakken, maar dat goede gevoel terugkrijgen is het belangrijkste.”

Je komt drie dagen op rij in actie: zaterdag de afvalling, zondag de puntenkoers en maandag het omnium. Niet van het goede te veel?

“Neen, dat moet lukken. De afvalling is kort en kan ik gebruiken om die pistebenen opnieuw goed te krijgen. Het is ook een nummer dat mij goed ligt. Een dag later is er de puntenkoers en daar kan ik eindelijk eens met die wereldkampioenentrui (die ze vorig jaar pakte in Roubaix, red.) rondrijden. Die kans wou ik niet laten liggen.”

Blijft het olympische omnium het belangrijkste?

“Ja, in Parijs wil ik een medaille pakken. Dat blijft het allerhoogste doel en het omnium is daar voorlopig prioritair. Maar het is nog twee jaar en Shari Bossuyt is zich nu goed aan het ontwikkelen. Tegen dan kunnen we hopelijk een heel sterk koppel vormen in de ploegkoers. Dat zal de toekomst uitwijzen. De kwalificaties starten volgend jaar en ik zal er samen met de collega’s alles aan doen om punten te scoren. Het wordt zaak een goede balans te vinden tussen piste en weg.”

Hoe moeilijk is die omschakeling?

“Het zijn nu allemaal kortere, intensieve inspanningen. Op de weg heb ik baat bij lange, zware koersen. Dan ben ik goed in het laatste uur. Op de piste moet je er meteen staan. Ik doe die combinatie al zo lang dat de pistebenen nooit ver weg zijn. Het is ook niet dat ik drie maanden niet op de piste heb gereden, ik blijf dat regelmatig doen. Dat gevoel komt snel terug. Ik heb die afwisseling ook nodig. Soms ben ik na een lange periode de weg een beetje beu (lacht). Dan ben ik blij dat ik op de piste kan rijden. En omgekeerd: na een lange winter op de piste snak ik naar het voorjaar op de weg.”

Waarom heb je afgezegd voor de wegrit volgende week zondag?

“Dat mindere gevoel van Giro en Tour zit nog in mijn hoofd. Ik heb het de voorbije week ook heel rustig aan gedaan. Die pistewedstrijden moeten wel lukken, maar als ik er dan ook nog eens de wegrit bij doe ben ik nog een week kwijt aan rust. Als opbouw naar het WK is het verstandiger om maandag naar huis te gaan. Ik wil die week anders benutten.”

Een les na Giro en Tour om het nu rustiger aan te pakken in de voorbereiding?

“Ja, we houden daar rekening mee. Een medaille in de EK-wegrit was zeker mogelijk, maar ik moet keuzes maken. En het WK in Australië is belangrijker.”

In de EK-wegrit was je wellicht opnieuw Lorena Wiebes tegengekomen. Volgend seizoen wordt ze je ploeggenote bij SD Worx. Een vreemde transfer, want jullie hebben gelijklopende belangen. Ben jij daarover gepolst?

“Twee maanden voor de tranferperiode werd dat aan alle rensters medegedeeld. Logisch dat het dan uitlekt voor de Tour. Ik was wel verrast. Mijn eerste reactie was: wat is dat nu? Maar als je het laat bezinken en er twee keer over nadenkt, besef je dat er zeker ook voordelen zullen zijn. Ja, Lorena is de snelste. Maar denk je dat ze in de laatste vijf kilometer van de Ronde van Vlaanderen er nog bij zal zijn? En in de Strade? Ik heb mijn programma voor volgend jaar nog niet gemaakt. We zullen onze doelen naast elkaar leggen. Maar ik kan ik nu al zeggen: ik mik op de grote koersen. Een wedstrijd als Nokere Koerse zal geen doel zijn.”

Op training op de piste in München: “Die pistebenen komen snel terug.” ©  BELGA

Aangeboden door onze partners

Meer sportnieuws

Meer over Lotte Kopecky

Video

Keuze van de redactie